VEERLE VAN GORP
Keramische sculpturen van Veerle Van Gorp.
Veerle gebruikt vuurvaste leem die ze meestal instinctmatig modelleert zonder vooafgaande ontwerpen of schetsen. Mannen en vrouwen, naakt of gekleed, spichtig of log, die onder haar knedende vingers ontstaan, hebben rudimenaire vormen, alsof zij ternauwernood zijn losgekomen uit een oerchaos, incarnaties van een ontluikend leven, vol kracht.
Zij behoudt welbewust de aarde met een korrelige structuur, ongepolijst, die ze na het bakproces nog accentueert door de sculpturen te voorzien van natuurlijke patines door ze te bestrijken met een mengsel van talkpoeder en bindmiddel. Zij geeft ze aldus een huid met als het ware melkachtige stollingen (alsof nog vastgehecht aan geboortevliezen en met overblijvende sporen van vruchtwater, waarna ze door incubatie en droging gelijken op korstmossen op boomstammen). Bij het aanschouwen van deze sculpturen denkt men aan de eerste eeuwen van de mensheid, aan het oerstadium van de wereld.
Zij tekent haast nooit haar figuren alvorens ze te modelleren. Met volle aandacht voor de suggestie van het materiaal vertrouwt zij op haar herinnering van de anatomische proporties en hun varianten, steunend op een lange praktijk van het werken naar levend model. Ongetwijfeld is het de pregnantie van die herinnering die aan die lichamen met eenvoudige silhouetten toch een soort van 'harmonische constante' schenkt, moeilijk te definiŽren, maar die de waarnemer charmeert en de ziel beroert.
De ontspannenheid die uitgaat van een baadster half uitgestrekt op een strand ofwel de pijn van de vermoeiden…welke ook de emoties zijn die deze in aarde vormgegeven mannen en vrouwen belichamen, er straalt van hen een diepe en rustige zachtheid uit.