THEO DE SMEDT
In mijn werken “ Vormen en Landschappen” maak ik een vergelijking tussen het nogal moderne constructivisme in de binnenhuisarchitectuur, de architectuur in het algemeen en de lyrische vormen in de natuur.

Kandinsky schrijft in zijn essay:”Über das Geistige in der Kunst” uitgegeven in 1912: deze tijd eist iets anders namelijk tegenstellingen en tegenstrijdigheden, dat is harmonie. De op die harmonie stoelende compositie is een samenstelling van kleurige en grafische vormen die als zodanig zelfstandig bestaan, die door de innerlijke noodzaak te voorschijn worden gehaald en in het daardoor ontstane gemeenschappelijke leven een geheel vormen dat kunstwerk noemt.

Men kan zich de vraag stellen: waarom voelen wij ons goed in een modern constructief gebouw met strakke vormen, rechtlijnige constructies en veel glas en licht? Misschien omdat, wanneer wij naar buiten kijken, wij totaal andere vormen ontdekken in het landschap en in de natuur waar het lyrische overheerst.

De mens is een vat vol tegenstrijdigheden. Het post-modernisme is er vol van.

Antoon Van den Braembussche, doctor in de letterkunde en de filosofie schrijft over mijn werk:
Als lithograaf getuigt Theo De Smedt van een benijdenswaardig meesterschap. Maar dit meesterschap is geen formele pose, maar wordt bezield door een diepgaande emotionele betrokkenheid en existentiële bewogenheid. Dit uit zich in een synthese van vorm en expressie, waarbij de compositorische inventiviteit een huwelijk aangaat met een vaak heftige levensdrang. De explosie van kleuren, van vlakken, van breuklijnen is altijd onvoorspelbaar, maar wordt gevoed door een heel eigen epicentrum dat borg staat voor een herkenbare stijl, een herkenbare plastische signatuur.

Als archeologie van het ogenblik is deze lithografie tevens een exploratie van de verborgenheid van het zijn, de seizoensgebonden polsslag, waarin een zekere, bijna onvatbare oneindigheid schuilt, de eindeloze golfslag, waarin de verwondering steeds opnieuw geboren wordt.